De Hoge Raad over loon tijdens faillissement: WW-uitkering geen invloed op wettelijke verhoging en rente

17 februari 2026

Wat gebeurt er met het loon van werknemers als een werkgever failliet gaat? En belangrijker: wat als dat loon niet op tijd wordt betaald?

In een arrest van 13 februari 2026 geeft de Hoge Raad antwoorden. De kern van het arrest: ook in faillissement moet loon tijdig worden betaald. Doet de curator dat niet, dan kan de boedel worden geconfronteerd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging.

Hieronder de belangrijkste punten. Eerst de basis, daarna vraag en antwoord.

Uitgangspunt: de arbeidsovereenkomst loopt door

Een faillissement wijzigt een arbeidsovereenkomst niet automatisch. Zolang de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd, blijft de arbeidsverhouding, inclusief loondoorbetalingsplicht, gewoon bestaan.

Wel bepaalt art. 40 lid 1 Faillissementswet (Fw) dat zowel de curator als de werknemer de arbeidsovereenkomst kan opzeggen met een termijn van zes weken. Op grond van art. 40 lid 2 Fw zijn het loon en de daarmee samenhangende premies vanaf de faillissementsdatum boedelschulden.

De loongarantieregeling: een vangnet via het UWV

Hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW) bevat de loongarantieregeling. Die geeft werknemers bij betalingsonmacht recht op een uitkering (art. 61 WW).

De uitkering dekt in hoofdlijnen:

  • loon over maximaal 13 weken vóór het einde van het dienstverband;
  • loon over de opzegtermijn (maximaal 6 weken);
  • vakantiegeld, vakantiebijslag en bepaalde andere verplichtingen over maximaal één jaar voorafgaand aan het einde van het dienstverband (art. 64 WW).

Voor zover het UWV uitkeert, gaan de vorderingen van de werknemer over op het UWV. Maar betekent aanspraak op de uitkering dat een curator minder strikt hoeft te zijn met tijdige loonbetaling? De Hoge Raad is helder: nee.

Vraag en antwoord

1. Is bij faillissement de wettelijke rente (art. 6:119 BW) verschuldigd bij te late betaling van loon?

Ja. Is sprake van verzuim, dan is ook de wettelijke rente verschuldigd. Dat het om loon gaat dat als boedelschuld kwalificeert doet daar niet aan af. Ook de rente is boedelschuld in de zin van de Fw.

Ook is niet relevant dat een werknemer mogelijk recht heeft op een WW-uitkering . De curator kan de betaling niet opschorten om die reden en houdt de plicht om het loon tijdig uit te betalen.

2. Is bij faillissement de wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) verschuldigd?

Ja. De wettelijke verhoging bij te late loonbetaling kan oplopen tot 50% van het verschuldigde loon en is bedoeld als prikkel tot tijdige betaling. Die prikkel blijft ook in faillissement bestaan. De maatstaf is dat, indien het niet (tijdig) voldoen aan de werkgever is toe te rekenen, aanspraak bestaat op de wettelijke verhoging (r.o. 3.3.4).

Ook hier geldt:

  • Onvoldoende middelen of onzekerheid daarover staan toerekening niet in de weg.
  • De mogelijke betrokkenheid van het UWV doet niet ter zake.
  • De wettelijke verhoging is eveneens een boedelschuld.

3. Kan de wettelijke verhoging worden gematigd?

Ja, maar niet automatisch. De rechter kan de verhoging matigen of zelfs op nihil stellen. Dat hangt af van alle omstandigheden van het geval. Er bestaat geen algemene regel dat bij faillissement of een vervangende uitkering standaard wordt gematigd. Het uitgangspunt is dat de verhoging verschuldigd is als het loon niet tijdig is betaald.

4. Moet de curator werknemers actief informeren?

Ja. De curator moet werknemers informeren over hun aanspraken op loon, wettelijke rente en wettelijke verhoging. Een korte kennisgeving, bijvoorbeeld bij of kort na de opzegging, is voldoende.

Belang voor de praktijk

Wie het loon te laat betaalt, loopt het risico op de wettelijke verhoging tot maximaal 50%, vermeerderd met wettelijke rente. Dat het UWV als vangnet optreedt, doet niets af aan de verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst, ook niet in faillissement. Tijdige loonbetaling blijft dus altijd essentieel. Voor zover betaling nog mogelijk is, moet deze tijdig plaatsvinden.

Hoewel tijdige betaling in een faillissementssituatie in de praktijk vaak niet meer haalbaar zal zijn, is dit arrest wel van belang voor de rechtspraktijk. Het bevestigt dat een WW-uitkering (lees: vervangend inkomen) van invloed kan zijn op de hoogte van de billijke vergoeding zoals de Hoge Raad in de zelfde maand overwoog (ECLI:NL:HR:2026:193) maar in elk geval geen invloed heeft op de verschuldigdheid of hoogte van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over niet tijdig betaald loon.

 

Home Blogs De Hoge Raad over loon tijdens faillissement: WW-uitkering geen invloed op wettelijke verhoging en rente